Bodem

 

Bodemattest :

Bij elke overdracht van een perceel grond dient een bodemattest bij OVAM te worden aangevraagd.
Meer informatie hieromtrent kan u terugvinden op de website van OVAM.

 

Bodemsanering :

Risicogronden zijn gronden waarop een bodembedreigende activiteit werd of wordt uitgeoefend. In sommige (uitzonderlijke) gevallen kan de bodem (sterk) verontreinigd zijn. Meestal is dit het gevolg van een exploitatie van bodembedreigende activiteiten op het perceel zoals de exploitatie van een tankstation of een inrichting waar (zware) metalen, minerale oliën, brandstoffen, … werden gebruikt. 

Hier vindt u de lijst van inrichtingen die mogelijks bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. 

Voor gronden, waarop een inrichting gevestigd is of was of waarop een activiteit wordt of werd uitgeoefend, en die opgenomen zijn op voormelde lijst, dient in volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd te worden:

  • Categorie O : bij overdracht, onteigening, sluiting, faillissement en vereffening
  • Categorie A : bij overdracht, onteigening, sluiting, faillissement en vereffening en om de 20 jaar
  • Categorie B : bij overdracht, onteigening, sluiting, faillissement en vereffening en om de 10 jaar

In een oriënterend bodemonderzoek wordt de bodemkwaliteit op een perceel onderzocht. De bodemsaneringsdeskundige neemt in de eerste plaats bodem- en grondwaterstalen ter hoogte van de risicozones. Dat zijn bijvoorbeeld opslagtanks, productiezones enz... Hij neemt ook stalen in de niet-risicozones. Zo krijgt hij een beeld van het volledige perceel.

Als blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is, dan volgt een beschrijvend bodemonderzoek. Daarin wordt de verontreiniging driedimensionaal in kaart gebracht en wordt nagegaan of sanering noodzakelijk is. Een evaluatie van de risico's bepaalt of voor de bodemverontreiniging een sanering nodig is. Wanneer blijkt dat er een mogelijkheid bestaat op verspreiding van de bodemverontreiniging of gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater, dan spreekt men over 'ernstige bedreiging'. Dit geldt als saneringscriterium voor historische bodemverontreinigingen. Bij nieuwe bodemverontreiniging moet men in principe al overgaan tot sanering wanneer de bodemsaneringsnormen overschreden zijn. Afhankelijk van de uitkomst van de risico-evaluatie kunnen voorzorgsmaatregelen worden getroffen en kan beter de urgentie van sanering worden ingeschat.